Is dit wat we willen?

Laatst postte ik een bericht op de social media met de link naar een artikel waarin vermeld stond dat kinderen van 3 jaar in Belgisch Limburg vanaf het nieuwe schooljaar terecht kunnen in een internaat, dag en nacht. Als moeder voelde ik dit in mijn buik. Stel je voor, mijn kinderen naar een internaat, ik moest er niet aan denken, al helemaal niet toen ze nog zo klein waren.

En dus schreef ik: ‘Is dit dan waar we naar toe willen? Betaalbare opvang… zodat ouders kunnen werken, kinderen van 3 jaar naar een internaat.. ik geloof echt niet dat een kind daar beter van wordt, dat een maatschappij daar beter van wordt, hoeveel misbruik was er vroeger niet in de semenarie …. Dan wens ik dit kereltje van drie toch liever een peuterspeelzaal en een warm thuis.’ Op het bericht kreeg ik meteen bijval van anderen die er net zo over dachten.

Een week later zit ik aan tafel met vier vriendinnen en breng ik het onderwerp ter sprake. Als ik wederom mijn ontzetting laat horen, krijg ik enerzijds bijval maar ook weer niet. ‘Wie zegt dat iemand anders die opvoedrol niet veel beter kan vervullen? Het gaat er vooral om dat het kind iemand heeft waar het zich aan kan hechten, dat hoeft toch niet de ouder te zijn?’ Ja natuurlijk, dat kan… ‘En wat dan met de schipperskinderen, daar is dat toch al normaal? Zijn die kinderen dan ook allemaal gedoemd om te mislukken?’ Nee natuurlijk niet … ‘In België is het heel normaal dat kinderen van twee jaar al naar school gaan en lange dagen maken. Opvang wordt behoorlijk gesubsidieerd waardoor het betaalbaar is terwijl je kinderen goed worden opgevangen. Dat werkt daar al jaren zo.’ Ja, zeker, dat weet ik … ‘

Ik zal het gesprek niet herhalen. De meningen vlogen in ieder geval over de tafel. Over sommige dingen knikten we met zijn vijven instemmend en over andere dingen verschilden we van mening. Naarmate het gesprek vorderde, wist ik niet meer wat goed of niet goed was, er zaten zoveel kanten aan de zaak, het was niet zo zwart, wit. Er zat overal een kern van waarheid in, zoals altijd eigenlijk als je iets van meerdere kanten belicht. Toch kroop er vanuit mijn buik iets naar boven dat ik niet kon ontkennen.

Ik weet niet of het wel of niet goed is voor deze kinderen. Me verlaten op onderzoeken heeft ook weinig zin. Want komt er dit jaar uit dat het niet goed is, dan is er volgend jaar een onderzoek dat uitwijst dat het net heel goed is. Het enige dat ik dus kan doen is luisteren naar mijzelf en voelen wat het met mij doet. Mijn buik gaf hierop een duidelijk antwoord: het voelde niet goed. Oftewel, voor mij zou dit de weg niet zijn, mijn kinderen zou ik dit niet wensen.

Terugkijkend zou ik het bericht anders hebben gepost. Want het ging helemaal niet om ‘goed of fout’ en of ‘WE dit niet moeten willen’. Hiermee zette ik mijn norm als dé norm neer en gaf ik een waardeoordeel. Dat zag ik pas op het moment dat anderen het niet met mij eens waren. En zoals eerder beschreven, zoveel mensen zoveel meningen, dat is net wat de wereld mooi maakt. Wat wel steeds duidelijker werd voor mij: ‘Ik wil dit niet’. En dat is oké.

Openheid voorbij de deur

Sinds mijn boek uit is, krijg ik opvallend overeenkomstige reacties van werknemers uit de zorg: ‘Is jouw verhaal nu echt zo bijzonder?’.

Nee natuurlijk niet! Daarom juist mijn boek. Want hoe meer open- en eerlijkheid, hoe meer mensen gaan beseffen dat zij niet de enige zijn. Open- en eerlijkheid naar de ander en jezelf draagt in mijn ogen bij aan herstel en aan het voorkomen van psychisch leed. Maar dit is zelfs voor de ggz hulpverlener lastig. Als ggz hulpverlener ben je gewend de meest verschrikkelijke, intense en misschien vreemde verhalen te horen van mensen. Je weet dat er veel leed is, psychisch leed. Maar daarmee onderken je nog niet je eigen psychische kwetsbaarheid (ik spreek uit ervaring).

Dit heeft niet altijd te maken met ‘niet willen vertellen, niet open of eerlijk willen zijn’. Zo bleek bij een rondleiding voor studenten in een psychiatrische instelling. Op de vraag of er psychiatrische problematiek speelde in de directe omgeving, was niemand die reageerde. Pas toen specifieke symptomen van psychiatrische ziektebeelden werden genoemd, was er volop herkenning en instemming. Oftewel, we zullen elkaar of onszelf soms moeten bevragen met de juiste vragen om het te erkennen. Ook de ggz hulpverlener.

Alleen, zelfs al zou je de juiste vragen stellen, dan is het nog de vraag welk antwoord je krijgt of jezelf geeft. Naar mijn idee zijn we te vaak bang om eerlijk te zijn over onze twijfels, onzekerheden en kwetsbaarheden. Bang voor de consequenties: wat zullen anderen denken (‘dat is vreemd, raar, zwak’), of hoe je over jezelf denkt (‘ik ben niet oké’). Of je bent er zo van overtuigd dat het jou niet gebeurt dat je de signalen niet herkent, zelfs als je erop bevraagd wordt. Dus stoppen we onze rugzak voller en voller. Zie de vele discussies over onverwachte (zelf)moorden, de verhalen dat familie, vrienden niet wisten wat er speelde of welke impact bepaalde gebeurtenissen hadden. Allemaal tekens dat openheid over wat er echt in ons omgaat nog niet gangbaar is.

Pas als het echt niet meer gaat, wordt er hulp gezocht. Eenmaal in de behandelkamer van de ggz hulpverlener komt alle sores eruit. De vraag is of je als hulpverlener beseft dat je de enige bent die dit verhaal te horen krijgt. Want buiten de behandelkamer speelt zich het echte leven af. Een leven waarin we er bij willen horen, mee willen doen en bang zijn om veroordeeld te worden. Openheid tot aan de deur van de behandelkamer dus en dan ook nog eenrichtingsverkeer. Want de hulpverlener luistert, het betreft niet hem/haarzelf. Behalve als de hulpverlener zelf patiënt wordt, dan staat de wereld pas echt op zijn kop (ook hier spreek ik uit ervaring).

Volgens mij zou veel leed en zelfs de weg naar de hulpverlening, bespaard blijven als we meer open, eerlijk en kwetsbaar in het leven durven te staan. Hoe mooi als juist ggz hulpverleners vroegtijdig hun eigen kwetsbaarheid zouden erkennen en het voortouw zouden nemen om openheid voorbij de deur te krijgen:

Ja, ik ben ggz hulpverlener en ja, ik ben ook psychisch kwetsbaar!

(zie de mooie ‘Take the pledge’ actie van Wat doe jij).

Eigenlijk zijn wij heel bijzonder

‘Eigenlijk zijn wij heel bijzonder’, zei mijn dochter van 8 jaar uit het niks. ‘Allemaal vinden we andere dingen mooi, lekker, kunnen we andere dingen, vinden we andere dingen leuk.’ Ik kijk haar verbaasd aan als haar woorden tot me door dringen. Ik ben er stil van …. wat een wijsheid …, wat een mooie uitspraak.

Elke dag die volgt, hoor ik opnieuw haar mooie woorden. De diepte van deze uitspraak dringt steeds verder tot me door. Hoe vaak hebben we de neiging om te kijken en te zoeken naar overeenkomsten. Hoe fijn is het als we over dingen hetzelfde denken, voelen, willen, gedragen. Het liefst verzamelen we zoveel mogelijk mensen om ons heen waar we enige overeenkomst mee hebben: hobby, werk, interesses, politieke voorkeur, noem maar op. Want hoe lastig als we in een gesprek merken dat de ander ergens anders over denkt. Het liefst overtuigen we de ander van zijn of haar ongelijk of proberen we consensus te vinden over een deel van het gesprek, over een zin die ook uitgesproken is. Want zodra we ergens consensus over hebben, voelen we verbinding, voelt het even als ‘wij’ in plaats van ‘ik’ en ben je niet meer alleen op deze wereld.

Maar zit de kracht en schoonheid van onze wereld niet net in de verschillen in plaats van de overeenkomsten? Een bos zou niet half zo mooi zijn als iedere boom, bloem of struik hetzelfde was. Zelfs bij dezelfde soort zijn er verschillen, want als je goed kijkt, is iedere spar, den, berkenboom, roos etc. anders en juist dat zorgt voor adembenemende plaatjes. En wie ooit een tweede hond heeft genomen van hetzelfde ras, ogenschijnlijk hetzelfde van uiterlijk, herkent ook meteen waar ik het over heb. Geen hond is hetzelfde, al lijken ze nog zo op elkaar. En juist dat maakt dat we beide honden willen ontdekken, nader willen leren kennen. Hoe saai als we een pup zouden krijgen en vanaf de eerste dag al zouden weten hoe dit diertje zich de rest van zijn of haar leven zou gedragen? Hoe saai als wij allemaal hetzelfde waren, hetzelfde mooi, leuk, fijn of aardig zouden vinden.

Zeker, in sommige opzichten zijn we helemaal niet zo anders, ook onze huisdieren niet. Geef je hond aandacht, eten en een fijne wandeling en de staart zwiept van genot. Geef ons aandacht, liefde en genegenheid en de dag is weer goed. We worden geboren, leven ons leven en gaan weer dood. Maar maakt ons dat minder bijzonder?

Waarom willen wij dat wat ons bijzonder maakt, de diversiteit die onze wereld zo mooi maakt, het liefst zo snel mogelijk ongedaan maken? Omdat dat ons verbindt? Hoe mooi als we beseffen dat de verbinding er al is. Dat we geen overeenkomsten of consensus nodig hebben om dit te ervaren. Dat het wellicht juist mooi zou zijn om onze verschillen te ontdekken, om op deze manier de rijkheid van ons leven ten volste te ervaren. Dat ieder mens de moeite waard is om te ontdekken, omdat we allemaal anders, bijzonder zijn …

Mei 2013: (ont)Zorgen om morgen

Vandaag betrapte ik mezelf. Al lopende door het bos maakte ik mij zorgen over morgen: of ik voldoende geld zou blijven verdienen om mijn gezin te kunnen onderhouden. Of ik wel voldoende inspanningen verrichtte om recht te doen aan alle uitgaven van de afgelopen week. We zijn namelijk op vakantie geweest.

Heerlijk heb ik met partner, kinderen en hond met de camper door Nederland heen getoerd. We startten op een idyllische camping op het eilandje De Woude (Camping 3Akers, echt een aanrader!) voor een reünie met bijzondere mensen die ik had ontmoet tijdens een ‘boostweekend’ in De Berghut (ook een aanrader!). We bleven nog twee dagen hangen op deze bijzondere plek met pipowagens, vrolijk opgepimpte constructam caravans, kleurrijke gastvrouw Yvonne en vrolijke labrador Lola. We maakten een wandeling rond het eiland, voeren over het water met een fluisterboot en fietsten naar de kroeg een kilometer verderop om daar heerlijk aan het water te genieten van een cappuccino.

Van De Woude reden we door naar Texel waar we genoten van twee dagen zee. Weer door over De Afsluitdijk naar Friesland waar we op de bonnefooi het boerenland inreden en midden tussen de koeien terecht kwamen. De herberg in het dorp serveerde heerlijk eten, taart en ijs. Het bleek zelfs een beetje bekend plekje te zijn want het programma ‘De geheimen van Barslet’ was hier opgenomen (Herbergh het Wapen van Friesland). Aan het plafond hing een enorme puzzel die met hulp van gasten in elkaar was gezet. Glas in lood kaarslichten op de tafel en in de wolken aan het plafond spannende tekstjes (goed zoeken!). Dit samen met een ontzettende aardige gastvrouw maakte de sfeer compleet. Dat we hier zo maar terecht kwamen, wat een cadeautje!

De laatste camping was in Apeldoorn grenzend aan de Veluwe. Geen herten maar wel mooie natuur, heel wat vogelgetjilp en wilde konijnen. Mijn zoon en ik haalden een persoonlijk record badmintonslagen: 98 slagen zonder dat de shuttle op de grond viel (applaus :-) ). De 100 moesten we toch kunnen halen, vond mijn zoon. De intredende schemer liet het niet toe en wellicht maar goed ook, want wanneer was je tevreden met hoe het is?

Bijna alles smaakt naar meer of naar ‘nog eens’. Als iets fijn is geweest, wil je het herhalen of als je iets moois hebt, wil je het houden of als iets lukt, moet het nog eens en het liefst nóg beter. Voordat je het weet, ben je bang om iets of iemand kwijt te raken. En zo betrapte ik mijzelf ook weer op een gedachtevlucht naar morgen, op angst dit leven kwijt te raken, het leven waar ik zo van hou.

Want wat als het morgen opeens anders zou zijn? Als er geen geld meer zou binnenkomen of nog erger … we helemaal geen geld meer zouden hebben om van te leven …

Maar wat als er morgen niks aan de hand is? Als alles gewoon doorloopt zoals het loopt? Dan heb ik op deze mooie dag van vandaag me zorgen gemaakt voor niets in plaats van te genieten van vandaag, van hoe het is. Dus besloot ik op dat moment uit mijn gedachtenvlucht te stappen en me weer te ‘ont-zorgen om morgen’.

Kun jij ‘ont-zorgen om morgen’ en genieten zonder bang te zijn om dit moment, deze persoon of dit leven kwijt te raken waar je zo van houdt?

Apr 2013: Wie ben ik om dat niet te zijn?

Met momenten ben ik verrukt, verwonderd, verbaasd, blij en overenthousiast. Dan wil ik het liefst van de daken schreeuwen: ‘Moet je kijken wat hier gebeurt! Niet te geloven! Geloof je dit nu? Heb je het gezien? Niet te geloven!’

Er gebeurt ook veel. Er kwamen 200 mensen naar mijn boekpresentatie. Ik word uitgenodigd voor interviews, krijg hele mooie mails over wat mijn boek met mensen doet en hele mooie recensies op de verkoopsites. Het is veel allemaal. Ik geloof het zelf bijna niet.

Dus wat doe ik? Ik schreeuw het van de daken. Ik mail en spreek mensen vanuit enthousiasme dat ik op TV kom, zet het volop op mijn social media en plaats achteraf de filmpjes en linken van de mooie recensies er ook nog op. Als een kind zo verrast met wat er allemaal gebeurt.

Reacties zijn geweldig maar ook kritisch: ‘Mirtel, heel leuk voor je maar alle berichten op social media en dan ook nog een mail van Alfons en van jou. Dat is wel erg veel PR.’ Heel normaal natuurlijk want je kunt het nooit voor iedereen goed doen, dat weet ik ook.

Toch hoor ik een stemmetje in mijn hoofd: ‘Mirtel, het is prima dat je blij bent maar dit lijkt op zelfverheerlijking. Nu is het wel genoeg. Je mag best blij zijn hoor maar niet zo overdreven en zeker niet iedereen hier mee lastig vallen, dat vinden mensen niet fijn’. Het is de criticus die op mijn schouder zit en geleerd heeft zo te denken. Want blij zijn mag maar niet teveel natuurlijk want dan loop je naast je schoenen. Ik weet ondertussen dat deze criticus met zijn vervelende gedachten niet altijd weggaat, het is de kunst hem van een afstand te bekijken en niet als ‘waar’ of ‘als mijzelf’ te betitelen.

Maar mijn keel voelt met momenten weer licht dichtgeknepen. In eerste instantie geef ik hiervoor de verklaring dat ik mijn grenzen moet blijven bewaken, de aandacht en activiteiten zijn leuk maar ook veel, erg veel. Echter als ik serieus met mijn aandacht naar mijn keel ga, komt uit mijn binnenste een ander antwoord: ‘Mirtel, je mág blij zijn, trots zijn en het van de daken schreeuwen! Uit angst voor jezelf op een voetstuk te plaatsen, laat je niet toe wat alles met je doet. Het mag er zijn! Laat toe en deel het, als je wilt, met de hele wereld’.

En warempel, het nare gevoel uit mijn keel verdwijnt. Dus ondanks dat ik de kritische gedachten voorbij liet waaien en mijn blijdschap breed verspreidde, was er toch iets in mij dat mijn blijdschap en gevoel van trots onderdrukte of eigenlijk vond dat het niet goed was om dit zo te delen. Want ‘wie ben ik om briljant, prachtig, talentvol, fantastisch te zijn?

Maar wie ben je om dat niet te zijn?’*

 

*Marianne Williamsom
We ask ourselves, Who am I to be brilliant, gorgeous, talented, fabulous? Actually, who are you not to be? You are a child of God. Your playing small does not serve the world.

Mrt 2013: Blief dichzelf trouw, geluk zit in een klein hoekje

De boekpresentatie is geweest! Vanaf 17 maart is mijn boek te koop. De presentatie was geweldig, daarover later meer. Wat mijn boek onder andere vertelt, is dat ieder mens zijn eigen perspectief heeft. Een voorbeeld van afgelopen winter:

Mijn partner komt thuis met een enorme bokszak. Dat had hem nu altijd al leuk geleken en zie hier, bij de kringloop voor een habbekrats op de kop kunnen tikken. Nu hield ik vroeger van alle mogelijke vechtsporten die er zijn maar toch maakt dit gevaarte van zeker anderhalve meter hoog en een doorsnede van 50 centimeter me niet blij. Wat een lelijk zwart monster, waar moet die dan staan in ons huis?

Een dag later staat mijn partner met volle glimlach bij de tuindeuren naar buiten te kijken. Als ik vraag wat er is, wijst hij naar buiten. Daar hangt tot mijn schrik de bokszak pontificaal in onze tuin. Niet ergens in een hoekje, nee, in het midden, precies daar waar mijn oog zich op richt als ik de tuin inkijk. Het beeld van de inmiddels kale bomen, klimop, oude stenen en hout wordt in mijn ogen ruw verstuurd door dit zwarte gevaarte.

Mijn partner ziet het probleem niet zo. Er hangen toch ook schommels en je ziet toch ook de plastic glijbaan? Dat klopt, maar de schommels daar kijk je bijna doorheen en de glijbaan is dan toch groen en dichter bij de grond, niet zo midden in mijn blikveld. Ik vraag onze kinderen wat ze vinden van de bokszak in de tuin. ‘Leuk, waar zijn de bokshandschoenen!’ Ja natuurlijk, dat had ik kunnen weten. Maar…eh, vinden jullie het ook mooi? Onze zoon zegt, zonder dat hij de reactie van zijn vader heeft gehoord, precies hetzelfde als zijn vader. Onze dochter zegt, zonder dat ze mijn reactie heeft gehoord, precies hetzelfde als ik. Hm… over smaak valt niet te twisten.

Het is pas een paar dagen uit maar over mijn boek krijg ik nu al hele mooie reacties. Toch twijfel ik er niet aan dat er genoeg mensen zullen zijn die het niet goed, mooi, oké vinden. Natuurlijk vind ik het fijn, die mooie reacties, maar ook die andere reacties mogen er zijn, want ieder perspectief mag er zijn. De kunst is mijns inziens om, welke reacties ook, jezelf trouw te blijven en je eigen momenten te plukken. Paul van loo zong hier tijdens de boekpresentatie een liedje over:

Paul van Loo, blief dichzelf trouw

Even terug naar de bokszak. Ondertussen blijven de sneeuwvlokken vallen en wordt onze tuin bedekt onder een dikke laag sneeuw. Als ik thuiskom zie ik mijn dochter in de tuin verwoed aan de slag met een sneeuwbal die bijna net zo groot is al zijzelf. Zodra ze mij ziet, komt ze op me af. ‘Kijk mama, ik maak een hele grote sneeuwpop precies voor de bokszak zodat je die niet meer hoeft te zien, fijn hè’.

Geluk zit in een klein hoekje. Wat is het leven toch mooi!

Ps1. Na het lezen van deze blog heeft mijn partner de bokszak verplaatst. Alweer een mooie verrassing!

Ps2. Janne verzamelt mooie momenten in de trein, op festivals, overal, erg mooi! Zie: plukjemomenten.

Febr 2013: Feeling good

Afgelopen week gaf ik een Pechakucha presentatie in de Royal in Heerlen. De uitdaging om in 20 slides van 20 seconden een verhaal te vertellen, in het Engels ook nog (niet mijn sterkste kant maar wat maakt het uit). De kern van mijn boodschap was natuurlijk de boodschap van mijn boek: dat ik wens dat zoveel mogelijk mensen leren leven als een zondagskind. Mijn broer Martijn is een bepalende factor geweest voor het schrijven van dit boek.

Martijn vond muziek geweldig. Hij luisterde veel muziek, van jongs af aan al. Het waren vooral de teksten waar hij door geraakt kon worden. Toen we nog bij mijn ouders thuis woonden, had Martijn zijn slaapkamermuren volgeschreven met zinnen uit songteksten. Zodra ik thuis kwam van school, hoorde ik boven de muziek al door het huis galmen. Muziek bleef een passie. In 2001, toen Martijn ondertussen al 32 was, had hij weer een nieuwe band ontdekt: Muse. De single ‘Feeling good’ vond hij geweldig.

Ondanks de tekst over mooie dingen van het leven, is de wijze van zang melancholisch. Het nummer zelf hoeft je niet per se blij te maken maar het raakt een onderliggende emotie, het neemt je mee op reis. Op het moment dat deze single in ons land te horen was, vocht Martijn al tien jaar tegen de slopende ziekte paranoïde schizofrenie. Een ziekte die ervoor zorgde dat hij voortdurend bang was, omdat mensen het op hem gemunt zouden hebben en hij het idee had dat hij de wereld moest redden. Voortdurend had Martijn het erover hoe fijn het wel niet was als alle leed uit de wereld weg zou zijn. Als iedereen zich goed zou voelen, als hij zich weer eens goed kon voelen. Begin 2002 leek hij in te zien dat zijn wens niet zou uitkomen. Op 8 januari 2002 maakte hij een eind aan zijn leven. Martijn ging een nieuwe dag tegemoet…

‘It’s a new dawn
It’s a new day
It’s a new life
For me
And I’m feeling good’

Ik ging ook een nieuwe dag tegemoet. De eerste dag zonder mijn enige broer, voor altijd horende bij het verleden en niet meer in heden.

‘Sleep in peace when the day is done
And this old world is a new world
And a bold world
For me’

Hoe vreemd het misschien klinkt, zijn dood is geen zwarte bladzijde uit mijn leven. De jaren daarvoor, toen ik hem meer en meer zag aftakelen, vond ik moeilijker. Ik voelde me machteloos, verdrietig en kwaad omdat ik, ook nog hulpverlener als beroep, niet in staat was mijn eigen broer te helpen. Toen ik net had geleerd had dat vechten tegen de werkelijkheid het leven alleen maar zwaarder maakte, pleegde Martijn zelfmoord. Natuurlijk was ik verdrietig, héél verdrietig maar ik begreep zijn keuze en accepteerde zijn keuze. Martijn kon de lichtheid niet vinden in zijn leven, zijn dood bevrijdde hem. Dus hoe zwaar dit verhaal misschien ook klinkt. Het voelt voor mij heel licht. Ik ben dankbaar voor de tijd dat we wel samen hadden. Dankbaar voor wat Martijn, zijn ziekte en ook zijn wijze van afscheid nemen, mij geleerd hebben. Dankbaar dat hij er was.

Freedom is mine.
Free, loving you ..

 

Het pechakucha verhaal: The nut cracking princess

Jan 2013: Met de buik bloot

Binnenkort is het zover, mijn boek is af. Helemaal af bedoel ik dan, opgemaakt, gedrukt, kaft eromheen en klaar voor uitgave. De eerste afspraken staan al gepland: 17 maart boekpresentatie en eind maart in ieder geval al twee avonden waar ik mijn boek mag presenteren, waarbij op één avond een rondetafelgesprek geleid wordt door iemand van de Limburgse tv zender L1. Wauw!

Toch is het nog niet klaar. Bij het regelen van de boekpresentatie heb ik een mailwisseling met Paul van Loo die komt optreden (geweldig!). Hij vraagt of het liedje “open’ van The Scene, waar hij een Limburgse versie van heeft gemaakt, misschien iets is voor tijdens de presentatie.Als ik het liedje opzoek, lees ik:

“Ik hoor m’n eigen woorden vallen
Maar niemand wordt geraakt
En ik zoek naar het woord dat alles openmaakt”

Stilte in mij…

Inderdaad, ik zoek naar de woorden, en dan niet gewoon naar woorden maar naar de woorden die alles openmaken. Zeker, mijn boek komt uit, dus die woorden bedoel ik niet, die staan al op papier, kan ik nu niks meer aan doen en dat is prima. Alleen, het boek was niet het doel maar ‘een’ middel om anderen, jou misschien, mee op weg te helpen naar een licht leven. Een leven zonder gat in je buik of hart, knoop in je maag, steen op je borst of brok in je keel. Een leven waarin je niet het gevoel hebt te moeten ploeteren naar de eindstreep. Want ik wens iedereen een leven waarin alles goed is zoals het is. Een leven waarin je ziet hoe bijzonder iedere dag weer is, hoe bijzonder jij bent, wij allemaal zijn. Daarom wil ik dit graag delen, op zoveel mogelijk manieren; interviews, lezingen, rondetafelgesprekken, wat dan ook. Maar wat vertel ik dan? Er is zoveel wat ik kan, wil vertellen… wanneer zijn het woorden die openmaken, die je raken?

Dan hoor ik de zanger van The Scene zingen:

“En ik zeg
Open, open, open moet het zijn
En ik open, open, open me voor jou
Dus open je voor mij”

Met ‘moeten’ heb ik niet zoveel. Toch raakt dit mij in mijn buik. Ik zie het niet als een vraag van mij aan jou maar van mijzelf aan mijn buikgebied, het emotionele centrum. Veilig thuis achter de pc, heb ik mij geopend. Via mijn boek geef ik iedereen een inkijk in mijn leven, gedachten, gevoelens. Zonder schroom, het is wat het is. Nu is het echter tijd om helemaal met de billen bloot te gaan, of beter gezegd: om met mijn ‘buik’ bloot te gaan. Niet alleen voor de mensen die dichtbij mij staan, maar voor iedereen. Alleen als ik mijn buik kan laten spreken, zul je voelen wat ik bedoel, niet alleen horen en zien, maar voelen.

En ik open, open, open me voor jou …

Voor wie wil genieten van dit bijzonder lied, The Scene met ‘Open’:

Pesten en de kracht van openheid

Elke dag opnieuw lees ik de meest verschrikkelijke verhalen in het nieuws. Jongeren die zichzelf van het leven beroven omdat ze gepest worden. Jongvolwassenen die anderen en zichzelf van het leven beroven omdat ze ongelukkig zijn. Jongeren die zichzelf van het leven beroven onder het oog van leeftijdsgenoten.

Opeens staat alles op zijn kop. Wat ik voorbij heb horen komen: ‘We hebben regels nodig! Het is de jeugd van tegenwoordig! De school moet beter opletten! Het zijn de ouders!’ Het zijn uitspraken van wanhoop, van onmacht… Want er gebeuren verschrikkelijke dingen en we willen weten wie het had kunnen voorkomen. We willen iemand kunnen aanwijzen die verantwoordelijk is. We willen controle. Dit mag niet meer gebeuren.

Het zijn begrijpelijke reacties. Niemand wil dat dit nog eens gebeurt. Niemand wil dat zijn kind ongelukkig is, dat ‘een’ kind ongelukkig is. Niemand wil dat zijn kind een traumatische gebeurtenis meemaakt doordat een ander kind zich van het leven berooft. De vraag is natuurlijk hoe reëel deze wens is. In hoeverre is het reëel om te verwachten dat nooit meer iemand zich ongelukkig voelt? Dat nooit meer iemand gepest wordt? Dat nooit meer iemand zich van het leven berooft? Dat iemand geen trauma’s meer meemaakt? We kunnen het levenspad niet controleren, hoezeer we dat soms ook willen.

Wat me opviel was de berichtgeving over de onwetendheid. Een school die aangeeft er niet van op de hoogte te zijn. Ouders die niet weten dat hun kind al jaren gepest wordt. In mijn ogen zegt dit niks over de school of de ouders. Het zegt misschien wel iets over hoe we leven met elkaar. Er zijn nog zoveel taboes, er zijn zoveel zaken waar we niet over praten met elkaar of niet naar vragen. Zo blijft er veel verdriet achter de voordeur of bij het individu verborgen.

In alle triestheid ervaar ik dan ook iets moois: in alle openheid wordt erover gesproken. Opeens mag het er zijn, is het even geen taboe meer. Jongeren die gepest worden, vertellen wat het met ze doet, welke impact het heeft, welke consequenties het heeft voor hun eigenwaarde en levenslust. Even is het niet meer iets van het individu maar voelen we verbinding door de openheid van de ander. Even is het geen ‘ver-van-mijn-bed-show’ meer maar onderdeel van je eigen leven. En dat is het zo vaak, alleen weten we dat niet…

Je denkt de enige te zijn met je problemen. Echter zodra je erover gaat praten, blijkt dat heel veel mensen het herkennen. Krijg je steun uit onverwachte hoeken. Dan snap je misschien zelfs waarom de ander zich op een bepaalde manier gedraagt. Dan zie je dat iedereen op zijn tijd worstelt, zich onzeker of rot voelt, zich schaamt of schuldig voelt. Zodra je deelt, voel je je minder eenzaam of alleen met je problemen. Hoe simpel en mooi is dat? Probeer het maar eens!

Zullen we afspreken dat er geen heftige dingen hoeven te gebeuren voordat we open zijn naar elkaar?

Voor jongeren die het nog moeilijk vinden om er openlijk over te praten in hun eigen omgeving. Jeffrey Arenz heeft een stichting opgericht waar jongeren die gepest worden of werden, elke dag terecht kunnen voor digitale hulp: www.skizzle.nl 

Dec 2012: Doorknippen van de navelstreng

Iedereen kan zich een voorstelling maken van deze bijzondere gebeurtenis.
Na een lange periode van groeien en één zijn met de moeder, is de tijd aangebroken om de wijde wereld in te gaan. Dit is over het algemeen een moeizaam, pijnlijk maar noodzakelijk proces,voor beide partijen. Heel langzaam ontsluit de moeder haar poort om de weg vrij te maken voor de nieuwe wereld die haar kind gaat ontvangen.

Het kind weet de weg maar heeft geen idee wat de eindbestemming haar gaat brengen. Het enige dat ze weet is dat zij op pad moet en dat de weg donker en nauw is. Onderweg lijkt het kind even helemaal in de verdrukking te komen. Gelukkig heeft de natuur hier rekening mee gehouden. Het kind bezit een dusdanige flexibiliteit dat het zich moeiteloos kan aanpassen aan de veranderende omgeving. Toch vraag het ook doorzettingsvermogen en vertrouwen dat het, hoe zwaar deze weg ook is, er zonder kleerscheuren vanaf zal komen. Na verloop van tijd begint het ploeteren zich te lonen: aan het einde van de tunnel gloort een helder licht. Het kind voelt dat een warm welkom zal volgen.

Aangekomen in de nieuwe wereld, vult het dankbaar haar longen met onbekende lucht wat blijkt uit een hartverscheurend luid gekrijs. Het kind is klaar voor de nieuwe weg. Slechts één handeling nog te gaan: het doorknippen van de navelstreng. De navel is het litteken dat achterblijft, als symbolische betekenis van verbinding met het leven.

Steeds vaker ervaar ik dat het doorknippen van de navelstreng geen eenmalige gebeurtenis is. De ‘moeder’ staat symbool voor van alles in mijn leven waar ik me aan verbindt: mijn geliefde, werkgever, opdrachtgever etc. Afgelopen week is weer een navelstreng doorgeknipt. De weg ernaar toe was zwaar. Ik wist niet zeker of het moment al daar was. Maar ik wist ook dat afscheid nemen onvermijdelijk was om mijn eigen pad te kunnen blijven volgen. Soms twijfelde ik even, red ik het wel? Toch wist ik, deze pijn en onzekerheid heeft een functie. Het liet me voelen dat wat ik moest achterlaten bijzonder was. Maar het is goed, het is tijd om door te gaan. Ik voel de flexibiliteit en het doorzettingsvermogen dat de natuur me gegeven heeft. En langzaam maakt ook het bekende gevoel van vertrouwen zich weer meester.

De littekens die op deze weg gemaakt zijn, zijn niet erg. Ze staan ook hier symbool voor verbinding met het leven. Een verbinding die ik dag in, dag uit in volle dankbaarheid voel!

1 2 3  Scroll na boven